GIF 15: En route

Leven als Godelieve in Frankrijk
Na tien jaar zoeken eindelijk ons droomhuis gevonden in de Auvergne, Frankrijk. Lees hier de belevenissen van (leven als) Godelieve in Frankrijk.

15. En route

Corona zorgde ervoor dat we ons Franse huis maar liefst acht maanden moesten missen. Toen we dan eindelijk – eindelijk onze twee prikken hadden gekregen èn veertien dagen gewacht hadden (zoals voorgeschreven) èn we gecheckt hadden dat we de QR-code konden downloaden (die overigens niet te controleren viel, dus we hadden weliswaar een QR-code, maar wat je nu precies te zien zou krijgen bleef voor ons duister) durfden we het dan eindelijk aan om naar onze Maaison te reizen. Omdat we – ondanks de maandelijkse controles door onze hooggewaardeerde vrienden, tevens oppassers – niet precies wisten of en zo ja welke bewoners (en in het bezit van hoeveel pootjes…) ons pand inmiddels hadden overgenomen, maar bovenal omdat we D&J graag weer wilden zien, boekten we een overnachting met diner bij hen, zodat we de volgende dag fris en fruitig konden gaan kijken of het huis er nog stond en zo ja in welke staat.

De week voorafgaand aan ons vertrek was natuurlijk zoals te doen gebruikelijk extra gevuld; niet alleen voelde het een beetje alsof we emigreerden – gezien het aantal vrienden en familie dat ons toch nog even wilde zien voor vertrek, maar ook moest Project Leeghoofd ineens versneld vorm krijgen, nadat jeugdvriendin Ea had aangegeven dat zij graag een maandje op de zolder wilde bivakkeren. De zolder – das war einmal – was al enige jaren omgebouwd tot opslagplaats. Eigenlijk zo’n beetje vanaf het begin dat we het benedenhuis betrokken. Waarbij ongeveer ieder hoekje en gaatje gevuld was. Naast de ‘grote’ slaapkamer – ook wel woonvertrek – bevindt zich de logeerkamer, die zeer goed toegankelijk is,  niet alleen het bed, ook de ruimte er omheen, het keukentje, de badkamer etc. Het was dus alleen het woongedeelte dat tot de nok toe gevuld was. Al in 2019 ontstond zodoende Project Leeghoofd; samen met de helft van LoVi zou de zolder systematisch (doch niet ordelijk) ontruimd worden, waarbij door vier personen en mensen besloten moest worden wat mocht blijven, wat weg kon en wat misschien weg kon. Die laatste categorie vormt beslist een risico heb ik gemerkt. De gevulde dozen op deze locatie bestaan vooral uit papierwerk, van decennia geleden en niet ongezien weggooibaar. Technisch gezien natuurlijk wel, maar een sterke psyche houdt dat al jaren tegen.

Zolderopruiming

Met de komst van de jeugdvriendin werd Project Leeghoofd dus ineens urgent. Waar moest ze anders overdag verblijven? Het werd een race tegen de klok, waarbij twee dagen voor haar komst de foto’s nog een schier onmogelijk beeld lieten zien van dozen, stapels met van alles en nog wat en – vooral – gebrek aan loopruimte. Maar waar een wil is kan een weg gebaand worden en dus werd het flink aansnipperen, zakken vol papierstrookjes naar een van onze drie (hoera!!) papierbakken brengen die aan het einde van de rit bomvol waren. Daarnaast was mijn toch niet kinderachtige auto tot de nok toe gevuld met karton, spullen voor de kringloop, maar ook wat (bouw)afval, want ook de milleustraat werd natuurlijk niet vergeten. Eén uur voor aankomst was de zolder toonbaar, begaanbaar, schoongemaakt èn gezellig! Daar ik geen Miep Kraak ben was ik dubbel zo trots dat het gelukt was en een ieglijk die de zolder in voorgaande staat had meegemaakt werd dan ook geacht naar boven te gaan om onder luide oooh’s en aaaaah’s diens bewondering voor deze krachttoer te onderstrepen. Waarvan actie. Actie, ja.

Na een overdracht van drie dagen konden we die zondag dan eindelijk gaan. Jeans vertrektijddoel was 08.30 – uur, het mijne 09.00 uur – ‘en dan wordt het toch wel 9.30 uur.’ En dat werd het ook. Normaal gesproken keren we binnen vijf minuten terug om een vergeten en uiteraard onmisbaar item op te pikken, deze keer niet eens!!! We zaten op de snelweg richting Rotterdam toen mij opviel dat de koelbox niet leek te werken. Scheisse, naast de insuline van Jean een bak vol overheerlijke kaas van de markt, want in La France alleen heerlijke Franse fromage waar niet iedereen in ons gezelschap van gecharmeerd is. 

Stekker

Thuis had de box het op de 220 stroom nog wel gedaan dus het moest aan het snoertje liggen. Knikken eruit gestreken, aan het stekkertje gerukt, alles gemasseerd en heen en weer bewogen, nada. Gdskl. Misschien ligt het aan het stekkertje, bedacht ik me. Helaas was mijn pieperige , oh zooooooo handige sleutelhangerschroevendraaiertje echt te pieperig, want ik kon er geen kracht  mee zetten. Maar had ik die ochtend bij het inpakken van de laatste sores niet een of ander ‘reuze-handig-tooltje’ gezien? Ja, maar waar? We hadden weliswaar de almachtige Maquita met toebehoren aan boord, doch ingegraven en tja, eenmaal op weg wilden we liever geen tijd verliezen. Na eerst een troebele kreeg ik vervolgens een heldere ingeving en vond de ‘handy tool’ in mijn toilettas. Logisch. Aan de multi tool zat verdraaid nog aan toe zowaar een klein, doch krachtig schroevendraaiertje waarmee ik het stekkertje snel openkreeg. Na wat geworstel om beide helften van elkaar te krijgen – een aanslag op mijn geduld – en met tips van de chauffeur, kreeg ik het ding open. Alle draadjes leken klemvast te zitten, maar mijn oog viel op een poeperig zekeringetje, een schatje gewoonweg! ‘Hé, er zit een zekering in, kan die kapot zijn?’ De techni-chauffeur beaamde dat en had hier ook een briljante oplossing voor: ‘Als je nou een stukje zilverpapier hebt en de zekering daarin draait kan hij op die manier toch contact maken.’ Aangezien ik onze traditionele broodjes omelet had voorbereid – broodjes en ei apart, anders wordt het zo’n kleffe hap – en de omelet dus in voorgesneden porties in het zilverpapier geduldig zijn lot afwachtte, was dat geen probleem. Ik scheurde een stukje af, draaide de zekering erin, schroefde het geheel weer dicht, deed het in de sigarettenaansteker et voilà! Een tevreden gezoem weerklonk vanaf de achterbank. Buitengewoon tevreden met deze gezamenlijke actie vervolgden we onze weg, af en toe even voelend of ie het nog deed. YES! 

Piri-piri
Tot vlak voor Parijs kunnen we de weg dromen, maar dwars door de lichtstad is het toch handig om dat via zo’n heldere mevrouw te doen. Zeker ook omdat er eigenlijk altijd files zijn of accidents en het fijn is om de kortste route voorgeschoteld te krijgen. Madame was kennelijk met vakantie want we hoorden een sonore heer de taak van begeleider uitvoeren. Hij deed dat zeer zorgvuldig; na een eerste aankondiging bleef hij net zolang de route herhalen totdat je op de juiste weg(helft) zat. Een keer maakte hij het ons erg moeilijk toen hij indringend sprak dat we op een van de twee middelste rijstroken moesten blijven terwijl er drie rijbanen waren, hmmmm. Wat we ook ontdekten was dat hij de cursus Frans kennelijk gemist had, want de benamingen op de diverse borden (als hij geen wegennummers noemde) waren tot niets herkenbaars te herleiden. Totdat we ontdekten dat de man kennelijk een voorliefde voor eten en Franse chansons had, want de (Boulevard) Périphérique klonk als ‘piri-piri’ en als je af moest slaan zong hij ‘neem die-eh, neem die-eh’. 

In de laatste bocht naar de piri-piri kom je traditiegetrouw langs een stukje grond tussen die wirwar van wegen die hier samenkomen en waar al sinds jaar en dag Franse daklozen wonen. Stonden hier in het verleden half verwaaide kartonnen dozen, nu hadden ze zo te zien tenten veroverd, een hele verbetering. Aangezien het hier altijd file is, is er ruim de tijd om deze bijzondere woongemeenschap te aanschouwen. Zo zag ik, over de weg kruipend want het was megadruk op deze vrachtwagenloze zondag, dat er in het midden van het tentenkamp een gezellig tafeltje stond en zelfs iets wat op een soort keukentje leek met afwasteil. Vergeleken met vroeger een ‘luxe camping’…. temidden van de uitlaatgassen, incroyable! De inkomsten worden gegenereerd door te bedelen bij automobilisten die in de meest linkse rijbaan rijden – stilstaand of stapvoets –  waardoor er alle tijd is om op het raampje te tikken en met een schaars gevulde plastic bak te schudden, zoals de orgelman met zijn koperen centenbak doet. Wat een bestaan, en dat al jaren en jaren.  

Aankomst

Na de piri-piri moesten we volgens meneer Toedan Toedan de afslag naar de ‘linguine’ nemen – kennelijk hield ie ook van Italiaanse sliertjes – wederom onder het eindeloos herhalende ‘neem die-eh, neem die-eh…’ Na de sliertjes zagen we een bord met Orléans waarna de route tot onze opluchting geen geheimen meer voor ons had. Klokslag 18.30 uur reden we het terrein van onze vrienden op, die ons luid en hartelijk verwelkomden. Bijpraten, eten, slapen, ontbijt en beladen met verse eitjes van de kippetjes naar onze Maaison – nog even terug om de vergeten koelbox op te halen …. – en het laatste stukje van de weg filmend om voorbij de laatste bocht opgelucht te kunnen roepen: het stáát er nog, het stáát er nog. Maar ook binnen ademde het huis warmte en de sfeer van een bewoond huis, waardoor het voelde alsof we het nog niet zo lang geleden hadden verlaten. Bonjour ma Maaison, bonjour! Zó fijn om hier weer te zijn. Bonjour!  

Duitse les:
Das war einmal: dat was ooit
Scheisse: Shit

Engelse les:
Shit: schijt
Handy tool: handig hulpmiddel
Multi tool: gereedschap voor van alles en nog wat (moet ik dan alles uitleggen?)

Franse les:
Fromage: kaas
Accidents: ongelukken
Incroyable: ongelofelijk
Piri-piri: hier Boulevard Périphérique (de 35 km lange rondweg rond het centrum van Parijs)
Linguine: hier La Francilienne (A104, N104)
Bonjour: hallo, goedendag
Ce n’est pas la taille de la maison qui compte, c’est la joie qu’il y a à l’intérieur: Het is niet de grootte van het huis die ertoe doet, het is de vreugde die er binnen huist.