GIF 9 Pi-ontzet

Leven als Godelieve in Frankrijk
Na tien jaar zoeken eindelijk ons droomhuis gevonden in de Auvergne, Frankrijk. Lees hier de belevenissen van (leven als) Godelieve in Frankrijk.

9. Pi-ontzet
Het moet in een vlaag van verstandsverbijstering geweest zijn dat we eind september 2019 weer naar onze Maaison gingen, in die zin, dat dit vlak voor 3 oktober was. Als getogen Leidenaar (inderdaad, niet geboren) mis ik dit grootse feest nooit. In mijn wilde jaren begon dat op 2 oktober ’s avonds waarbij je vooral kroegen frequenteerde waar je normaal gesproken nooit kwam, en bij voorkeur in bont gezelschap. Nooit wijn, altijd bier want daar is de kater minder erg van. Als het erg gezellig werd kon daar ook heel goed een jonge borrel naast, want de zinderende stad nodigde uit tot grootse daden.
Ik was weliswaar niet zo’n die-hard dat ik het hele programma afwerkte, zoals de koraalzang om 7 uur ’s ochtends (als ik hem al meemaakte was dat in niet al te heldere staat waardoor de herinnering eraan net zo vaag is als mijn hoofd op 4 oktober) en ook de haring en wittebrood sloeg ik meestal over, geen zin om een  paar weken van tevoren urenlang in de rij te gaan staan om bonnetjes te halen. Wel hebben J. en ik ons een keer tussen de meute gewurmd waarop we in onvervalst Engels begonnen uit te roepen wat er toch wel niet aan de hand zou zijn, hier. Natuurlijk hadden we geen bonnen, maar de dames achter de bergen vis en brood overlegden met elkaar: zullen we ze wat haring en een brood geven? Vet tevreden met de buit keerden we huiswaarts.
Wat onlosmakelijk met 3 oktober is verbonden is het eten van hutspot. Het verhaal gaat dat bij de bevrijding van Leiden in 1574 door de geuzen van de Spaanse bezetter, de uitgehongerde Leidenaren bij het verlaten Spaanse kamp een pot met hutspot vonden. Vandaar dat de hele stad op 2 en 3 oktober naar peen en ui geurt.

Al sinds mijn jonge jaren vieren we 3 oktober: toen we klein waren gingen we naar de kermis, vanaf puberteit werd het dus stappen. Wat bleef was de taptoe, ’s avonds op 2 oktober, waarbij de ene helft van Leiden naar de andere helft kijkt. Op 3 oktober eerst de optocht – ik heb er nog nooit een gezien waar geen gaten in vielen, en vaste gasten waren onze zuiderburen die als boeren, burgers en buitenlui hun rondje mee liepen – daarna naar de kermis, onderweg bier drinkend, oliebollen, vette frieten en eventueel poffertjes naar binnen werkend. Paling mee naar huis. Noga voor moeders, en nog meer bier in onze (ooit) stamkroeg waar nog altijd goede bandjes spelen. Thuisgekomen was het dag 2 van de hutspot, want die maak je op 2 oktober en eet je op 2 en 3 oktober. Slechts een keer miste ik dit feest toen ik in Groningen woonde, maar ik weet nog wel dat ik die dag hutspot at.

Peen en ui
En dus, nadat ik bekomen was van de schrik dat we 3 oktober dit jaar niet in Leiden vierden, en na de verwijtende beschuldigende opmerkingen van mijn beider zoons geslikt te hebben – WAT? Je bènt er niet op 3 oktober? – stond een ding vast: er zou hutspot gegeten worden.
De peen, ui en aardappel waren geen probleem; hier geen voorgesneden pakken, maar alles vers en daardoor ook meer werk maar ook absoluut veel lekkerder. Het probleem begon bij de sudderlap, want mijn hutspot wil geen (traditionele) klapstuk, maar suddervlees. Tja, een sukadelap wordt vertaald als sukade, maar dat is datgene wat je aantreft in gebak of koek. Gelukkig vond ik een site waarop een brave Nederlander – die zich al vele jaren eerder verkocht had aan Frankrijk – een hele boodschappenlijst had gepubliceerd met de  vertaling van onder meer sudderlappen. Wat ik onthield was ‘jumeau’ wat voor suddervlees zou staan.
Vol goede moed naar de supermarkt waar in de schappen niets lag, behalve kant- en-klaar BBQ-vlees. Ik had natuurlijk lafhartig gehoopt dat het voor het grijpen lag en ik niet moeizaam iemand hoefde aan te spreken. Malheuresement*… Nu was er gelukkig wel een verse slagerij in de winkel en dus tuurde ik naar de hompen rood vlees die in de vitrine lagen, in de hoop een sukadelap te ontdekken. Niet dus. De slager, een jongeling met brutale ogen, keek me vanachter glas aan en bewoog zijn hoofd in korte knikjes achterover, internationale taal voor: mot je wat? Ik most wat en knikte dus met vragende ogen, waarop hij zich duidelijk met tegenzin losrukte van, tja, van wat eigenlijk? Volgens mij was hij druk met niets doen, maar enfin. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat ik jumeau wenste, maar dat kwam duidelijk niet binnen en het ongeduld droop ervan af. Juist daarom bedankte ik hem uitbundig en wenste ik hem een très bonne journée. Ik keerde vervolgens de niet al te snuggerige blik voldaan de rug toe. Up yours, dacht ik in nieuw Nederlands.
Maar ja – tiens – wat nu? Hutspot zonder sudderlap was geen optie. Gelukkig zag ook Jean het belang van een mals lapje in en was daardoor niet te beroerd om naar de supermarkt op 15 km afstand te rijden om daar op vleeschjacht te gaan. Nu had ik mazzel, want ik meende al snel een stuk (voorverpakt, hoera!) vleesch te herkennen als sudderachtig, waarna ik de kostbare schat in de kar mikte en we tevreden huiswaarts keerden. 

Thuisgekomen begon ik aan de klus: groente en piepers schoonmaken, sudderlappen in roomboter (uiteraard) braden, intussen appjes van het thuisfront met foto’s van haring en hutspot, tja.
Uren sudderen later de hele handel door elkaar gestampt en er heerlijk dágen dagen van gegeten, de volgende dag(en), als alle smaken er goed ingetrokken zijn, is het altijd lekkerder. Maar een ding besloten we wel: volgend jaar op 3 oktober gewoon weer Leids en geen Frans Pi-ontzet!
Dat was een jaar geleden.

3 oktober 2020
Corona heeft roet in het eten gegooid; 3 oktober is afgelast voor wat betreft de feestelijkheden. Via een app kun je thuis lallend vanaf de bank met Rubberen Robbie zijn befaamde 3 oktooooberrr, 3 oktooooberr meezingen, maar ja dat staat natuurlijk niet in verhouding met een tocht door de stad, geurend naar peen en ui (overdag) of naar menselijke restproducten (’s nachts). Tja, dan kun je net zo goed in Frankrijk zitten, toch? 

En dus, l’histoire se répète: op 2 oktober naar de supermarché, waar ik inmiddels de slager zonder schroom aanspreek vanachter mijn mondkapje, en hij de zijne. Het is niet die makker met de vuile ogen, deze kijkt vriendelijk. Ik wijs naar brokken vleesch die op riblappen lijken en vraag of ze lang moeten koken. ‘Oui.’ Mooi, dat is in ieder geval prima. Ik bestel cinq cent grammes en dat worden er six. Ook goed. ‘Comment dit-on en français?’ vraag ik, wijzend op het vlees. ‘Bourguignon.’ ‘Ah, biensûr!’. Dat had ik zelf nog wel kunnen bedenken, immers Boeuf Bourguignon is een zeer bekend Frans gerecht met stoofvlees, maar hoe dan ook wel zo makkelijk voor de volgende keer. Tevreden met wederom verse peen en uit en puntgave piepers keren we huiswaarts. Het vleesch staat inmiddels lekker te sudderen met kruidnagels en laurierblaadjes, vers geplukt uit eigen tuin. 3 octobre en France, het kan erger. Maar driemaal is wel scheepsrecht. En dus gaan we voor 3 oktober 2021 in Leiden! Tuurrrrrrlijk!

*Franse les
Malheureusement: helaas
très bonne journée: hele fijne dag
tiens: wel, wel/tja
la Rue de la viande: de vleesstraat
cinq cent grammes, s’il vous plaît: 500 gram alstubieft
l’histoire se répète: de geschiedenis herhaalt zich
cinq cent grammes: vijfhonderd gram
six: zes
Comment dit-on en français?: Hoe zeg je dat in het Frans?
Bourguignon: letterlijk bourgondisch, maar hier verwijst het naar (boeuf) bourguignon, een gerecht met stoofvlees.
Biensûr!: natuurlijk!
3 octobre en France: 3 oktober in Frankrijk

la caque sent toujours le hareng: (letterlijk) de pet ruikt nog steeds naar haring. Betekenis: we voelen altijd onze oorsprong, ons verleden
Proverbe: spreekwoord