19: Fête des voisins (2)

Leven als Godelieve in Frankrijk
Na tien jaar zoeken eindelijk ons droomhuis gevonden in de Auvergne, Frankrijk. Lees hier de belevenissen van (leven als) Godelieve in Frankrijk.

Buffet

19. Fête des voisins
Die vrijdag verlieten we om iets voor 19.00 uur de woning, gewapend met de rosé, poule noir et  chantilly, een paar kartonnen bordjes, bamboe bestek èn een peu nerveux. We liepen het wijkje in – mijn dagelijkse wandeling langs alle honden – en zagen al snel de parkeerplaats waarvan de toegang geblokkeerd was door een dwars geparkeerde auto. Frankrijk op de barricades. Op de parkeerplaats stonden tafels in u-vorm en een losse daar dwars op geposteerd voor het eten. Een klein groepje mensen stond ons op te wachten bij de dranktafel. De enigen die ik herkende waren de KLM (zie GIF 2) en de M. met het keffertje (zie GIF 18), die ons hartelijk begroette en ons meteen voorstelde aan een paar mensen die bij hem stonden. De namen dwarrelden ons om de oren, evenals de huizen die aangewezen werden. M. X woonde daar, de mensen van die en die huizen zouden niet komen ‘Bof..’; naast het keffertje woonde de gevlekte hond – daar was deze meneer de eigenaar van. Jean stond er vriendelijk glimlachend bij te zwijgen en ik legde uit dat ik enchanté was dat ik nu de eigenaren van de chiens leerde kennen. De meegebrachte drank werd in blijdschap aanvaard; ik legde uit wat de advocaat was, dat het zeer belangrijk was dat dit Nederlandse drankje als marque Poule Noir had – de enige echte – en dat de chantilly er bovenop moest. Èn dat we hiertoe kleine bekertjes en lepeltjes meegenomen hadden. Het wierp meteen hoge ogen. Het gros van de mensen was aan de rosado, een soort Spaanse rosé uit een kartonnen doos met kraantje. Dat leek ons een strak plan en toen ze vroegen wat we wilden drinken spraken we dan ook braaf: ‘Rosado s’il vous plaît.’ Jean wees op de doos en zei: ‘Espagnol.’ Mais non, sprak onze gastheer, ’D’ici!!’. Het ijs was meteen gebroken.  

Fâché
Jean vond de rosado uit de plastic bekertjes niet erg inspirerend, maar ik sprak kort dat ie niet moest zeuren. M. l’hôte deed enorm z’n best om ons op ons gemak te stellen; dat was met recht hartverwarmend – naast de drank. Terwijl ik dat nog stellig stond te beweren zag ik ineens dat Jean mij met een benauwde blik aankeek: hij was niet lekker. Shit, wat een moment daarvoor… Maar Jean zag het niet zitten om de avond zo door te brengen en wilde thuis toch even een bezoekje aan la plus petite pièce (wat bij ons dus eerder la plus grande salle is) brengen. Ik was er niet blij mee, maar que peut-on faire? Inmiddels bleef M. l’hôte z’n stinkende best doen. Hij legde nog uit dat de avond voor ons in het begin wellicht wat stroef verliep, maar aan het einde van de avond – lees na de benodigde hoeveelheden vin – zou dat heel anders zijn en zouden we iedereen kennen. En dus dronk ik Jeans bekertje ook maar leeg.
Over Jean gesproken, M. l’hôte blikte eens om zich heen en vroeg vervolgens waar mon mari was. ‘Il est fâché.’ flapte ik eruit. ‘Et il a la clé de notre maison.’ M. keek licht geschokt, maar bood me meteen een chambre aan dans sa maison. Ik haastte me om te zeggen dat het een grapje was, maar inmiddels bleef Jean wel akelig lang weg. 

Op dat moment besloot de kaakloze naar me toe te komen. Hij begon met een ‘Ça va?’ En ik ‘Oui, très bien, et vous?’ Verder kwamen we echter niet want M. l’hôte stelde me nu aan de ex-slager voor, die zich breeduit posteerde voor de KLM. Nu had deze man de werkelijk overheerlijke glaasjes met guacamole gemaakt dus ik wilde dat in ieder geval kenbaar maken. Verder bleek hij in het mooie huis op de heuvel te wonen. ‘Avec la piscine’ riep ik vlotjes. Had ik op google gezien namelijk. Ja, dat was zijn maison. Of hij nu ook de echtgenoot was van de ex van de KLM (zie GIF 2) weet ik niet, het kon ook zijn dat de huidige boucher dat was – die had ik namelijk ook nog nooit gezien, aangezien ik lafhartig nog steeds nooit bij de boucherie in het dorp binnengestapt ben. In ieder geval was de oude slager onderhoudend genoeg en het werd steeds gezelliger. Op een gegeven moment vroeg hij of ik ene H & M kende, Nederlanders die verderop in een dorp woonden en zich op de wereld van de vélos gestort hadden. En of ik interesse had in hun fietsclubje. Ik probeerde nog zwakjes dat we hier geen fietsen hadden en dat het bovendien erg heuvelachtig was hier vergeleken bij Nederland – ‘Ah oui, mais au Pays Bas il-y-a du vent!’ Ja dat was ook zo dus ik riep maar dat het me leuk leek. Dat zien we tegen die tijd wel weer, dacht ik lafhartig.
Voor de zekerheid appte ik nu Jean toch maar even – hij was echt al een tijdje weg, en meldde dreigend dat mij al een kamer aangeboden was – toen ik hem aan zag komen lopen. Iedereen juichte en toen hij mijn vest bij zich bleek te hebben waren alle dames duidelijk vertederd: ‘Comme c’est gentil!’ 

La grande bouffe
Na het borrelen was het tijd om aan de grote tafel plaats te nemen. M. du chien tacheté besloot dat we bij hem en zijn echtgenote en een ander bijzonder aardig, nog vrij jong stel zouden gaan zitten. Vanwege covid mocht je niets zelf pakken, maar werd alles geserveerd – drankjes en eten. Nou waren ze hier bepaald niet beroerd in, want de drank uit de kartonnen dozen – en later een werkelijk beeldig tonnetje! – werd zeer rijkelijk geschonken.  Althans, aan onze tafel, bij de anderen zag ik later op de foto’s dat ze aan het water en andere laffe de frisjes zaten.
We namen plaats aan de korte kant en er ontstond een levendige conversatie, waarbij ik met handen en voeten m’n Frans eruit gooide, veel begreep van wat er gezegd werd, maar soms ook helemaal niet. Er werd ons gevraagd wat onze ‘profession’ was en ik legde uit dat Jean journalist was en vooral over ‘d’échecs’ schreef en ik correctiewerk deed. Of dat overkwam weet ik niet: ‘Non, pas traduire’ maar in ieder geval was het satisfaisante. Op mijn vraag aan de overbuurman wat voor werk hij deed sprak hij kort ‘gendarmerie’. Ineens wist ik het weer: we hadden hem met drie kompanen bij het lokale restaurant gezien die week. Enthousiast geworden riep ik uit dat drie van hen hamburgers hadden besteld en een iets anders. En allemaal bier. Sprak ik ‘beschuldigend’. Eentje maar, pareerde hij, maar keek tegelijkertijd enigszins verbluft doordat ik dit kennelijk allemaal had waargenomen. Ik hoopte niet dat hij zich hierdoor erg bespioneerd had gevoeld en riep dus maar jolig dat we blij waren dat we ‘en pied’ waren en niet ‘en voiture…’  Jaja, ouioui, bonbon. 

Zwarte kip
Alles bij elkaar werd het een dolle avond. Er werd van alles geserveerd, waarbij Jean natuurlijk toch licht kritisch eerst bestudeerde wat hem aangeboden werd. ‘Il ne mange rien, mais il boit tout!’ riep ik maar weer eens. Inmiddels is dit mijn gevleugelde uitdrukking in alle eetgelegenheden geworden. Er was een overvloed aan voedsel, maar we kwamen niet veel verder dan de tourte Auvergnate aux pommes de terre – heerlijk! – en een of andere pastei en verder van alles en nog wat, dit alles weggespoeld met inmiddels rode wijn – nee, de rosé hadden we nu wel gehad besloot M. du chien tacheté – behalve Jean die inmiddels aan de witte wijn uit het lollige tonnetje zat. Geheel op mijn gemak dankzij de vele glaasjes, maar zéker ook door de buitengewoon sympathieke tafelgenoten begon ik te zingen op de wijs van ‘Et pourtant’ van Charles Aznavour: ‘Et pour Jean, pour Jean, pour Jean le vin blanc…’ De avond kon niet meer stuk. Toen we nog meer wijntjes later taart en gebak geserveerd kregen kwam M. l’hôte naar onze tafel toe – waar zonder meer de beste stemming heerste van alle tafels – en  moest ik meekomen, want nu was de poule noir aan de beurt en ik moest het dan maar serveren, want ik wist immers hoe het moest. En dus zette ik de tien glaasjes neer, schudde de zwarte kip flink door elkaar en tapte overal een klodder van het gele goedje in, afgemaakt met een dikke dot slagroom. Lepeltje erin en smullen maar. En dat deden ze, ze vonden het heerlijk! De tien glaasjes waren zo weg, maar het kon ook heel goed in een gewoon plastic bekertje besloot men en de fles was op een bodem na dan ook helemaal leeg. We moesten de volgende keer dan ook zeker voldoende poule noir meenemen en vol bravoure riepen we dat we wel per camion zouden komen. Die belofte stond, maar de avond was nog niet voorbij, want M. le gendarme had dus begrepen dat Jean een schaker was en er moest natuurlijk wel even een potje gespeeld worden. 

D’échecs
Aangezien het een buurtfeest was – en iedereen dus dichtbij woonde – haastte M. le gendarme zich naar huis om met een klein model schaakbordje terug te komen. Hij had namelijk ook een fils de douze ans die ook schaken leerde. Jean ging goedmoedig zitten en hakte M. er in een keer af. Erg onverstandig vond ik, want hij had al een keer een bekeuring te pakken in dit dorp en deze éclatante overwinning zou bij een volgende aanhouding natuurlijk niet in zijn voordeel werken… Hij probeerde oom agent nog duidelijk te maken dat hij beter tegen ma femme kon spelen, maar daar had M. duidelijk geen zin in. Je wilt er natuurlijk al helemaal niet afgehakt worden door een vrouw – mocht dat gebeuren. In ieder geval had de schemering al ingezet, maar de stemming was nog opperbest. En hoewel een deel van de circa trente (!) (zie GIF 14) gasten al naar huis was, we met z’n allen de tafels al ingeklapt hadden en op een aanhangwagen hadden gezet, de papieren tafelkleden de weg naar de poubelle reeds hadden gevonden en er nog wat nagekaart werd over deze hoge avond snelde M. le gendarme alweer naar huis om daar een pot met druiven op alcohol te halen. Wat er inzat, vroeg ik en ben ik vervolgens weer vergeten, maar het stond stijf van de drank. Inmiddels was een royale française aan mijn zijde komen staan die ook een woordje Engels sprak en ons vol enthousiasme over haar reis naar Ierland verhaalde, inclusief rijen foto’s op haar telefoon. Rij-en. Zoveel als er slingerende stenen muurtjes zijn in Ierland. Zij was zonder meer het allermeest gecharmeerd van de poule noir en ze kreeg de fles – Jean had hem heel slim op z’n kop gezet waardoor de  hals volgelopen was met het laatste beetje – dan ook mee naar huis. Als dank kregen we in ruil een fles lokale drank – ‘Zit er alcohol in’ vroeg Jean meteen wantrouwig. ‘Mais oui, bien sûr!’ – en nadat Jean het etiket nog eens goed bestudeerd had riep hij ‘Mais, c’est moi, le fou!’ Zelfkennis is een hoog goed.

We schoven nog even aan bij het inmiddels kleine kringetje en besloten dat we nu toch maar eens naar huis moesten. Ik bedankte de organisatoren voor de fantastische avond, konden we nu nog wat doen? ‘Non, pas encore, mais, Jean, demain à neuf heures!’ sprak M. du chien tacheté dreigend en Jean riep akwadraat¹ terug: ‘Non, dix heures!’  Alles was goed, we kregen nog een stuk van de aardappeltaart mee en een stokbrood en zwaaiend liepen we naar huis waar we – oh, oh, oh wat verstandig – besloten dat we nog wel een afzakkertje konden nemen. Ik een puntje². En nog een. En nog een punt. En Jean een portje. Of twee. Drie?
We blikten terug op een geweldig leuke avond, met een aantal bijzonder aardige en sociale mensen, die er werkelijk alles aan deden om ons een fijne avond te bezorgen. Nog een paar van dit soort momenten et mon français est fluïde! Net zo vloeibaar als de alcohol die zich een weg door mijn lijf baant.

Nawoord
Zo’n avond blijft de volgende dag natuurlijk niet ongestraft: de gueule de bois was dan ook werkelijk gigantisch. Jean stond op een nog zeer aanvaardbaar tijdstip op, bij mij begon het al zowat weer donker te worden. Desondanks leek het me een goed idee om toch het vermaledijde ommetje te lopen – de reeks doorbreken kost punten – en een frisse neus leek me sowieso verstandig. Ik hoopte evenwel niemand tegen te komen met m’n bleke kop en opstandige maag, maar alle huizen van onze nouveaux amis bleven zeer gesloten. Waarschijnlijk waren we niet de enigen met trop de clous dans la tête…

¹Valkenburgs voor adequaat
²een puntje whisky, Glenmorangie in dit geval

 

 

 

 

 

 

 

 

(Veel!) Franse les:
Fête des voisins: buurtfeest
Poule noir: zwarte kip
Chantilly: slagroom
Peu nerveux: beetje nerveus
Bof: pff, lekker belangrijk
Enchanté: aangenaam (kennis te maken)
Chiens: honden
Marque Poule Noir: merk Zwarte Kip
Rosado, s’il nous plaît: Rosado alstublieft
Espagnol: Spaans
Mais non, d’ici: maar neen, van hier!
Fâché: boos
M. l’hôte: meneer de gastheer
La plus petite pièce: het kleinste kamertje
La plus grande salle: de grootste kamer
Que pouvez-vous faire?: wat kun je doen?
Vin: wijn
Mon mari: mijn man
Il est fâché: hij is boos
Et il al la clé de notre maison: en hij heeft de sleutel van ons huis
Chambre dans sa maison: kamer in zijn huis
Ça va? Oui, très bien, et vous?: Hoe gaat het? Heel goed, en u?
Avec la piscine : met het zwembad
Maison: huis
Boucher, boucherie: slager, slagerij
Vélos: fietsen
Ah oui, mais au Pays Bas il-y-a du vent: Ja, maar in Nederland is wind
Comme c’est gentil: wat lief
La grande bouffe: (vr)eetfestijn
M. du chien tacheté: meneer van de gevlekte hond
Profession: beroep
D’échecs: schaken
Non, pas traduire: nee, geen vertaalwerk
Satisfaisante: naar tevredenheid
Gendarmerie: politie
En pied, en voiture: te voet, per auto
Il ne mange rien, mais il boit tout: hij eet niets, maar hij drinkt alles
Tourte Auvergnate aux pommes de terre: aardappeltaart uit de Auvergne
Et pourtant: en toch
Et pour Jean le vin blanc: en voor Jean de witte wijn
Camion: vrachtwagen
Fils de douze ans: zoon van twaalf jaar
Ma femme: mijn vrouw
Trente: dertig
Poubelle: prullenbak
Mais oui, biensûr: jazeker
Mais c’est moi, le fou!: Maar dat ben ik, de gek
Non, pas encore, mais, Jean, demain à neuf heures!: Nee, nog niet, maar Jean, morgenochtend om negen uur!
Non, dix heures: nee, tien uur
Et mon français est fluïde: en mijn Frans is vloeiend
Gueule de bois: kater
Nouveaux amis: nieuwe vrienden
Trop de clous dans la tête: veel spijkers in het hoofd
Un bon voisinage vaut mieux qu’une famille trop éloignée: Een goede buur is beter dan een verre vriend