GIF 22: WZN

Leven als Godelieve in Frankrijk
Na tien jaar zoeken eindelijk ons droomhuis gevonden in de Auvergne, Frankrijk. Lees hier de belevenissen van (leven als) Godelieve in Frankrijk.

22. WZN

Daar mijn lief niet van de langeafstanden is plegen wij veelvuldig tochtjes door het prachtig glooiende landschap van de Auvergne per as af te leggen. In de streek waar ons huis staat loopt het niet over van de bezienswaardigheden zoals chateaux, musea en andere bezoekenswaardige gebouwen en de natuur bekijken wij dus vooral vanachter de autoruit. Dat vind ik wel eens jammer; ik was dan ook uitgelaten toen we heuse wandelaars te logeren kregen die van harte bereid waren met mij de omgeving van het dorp te voet te verkennen. Ik had bij de verschillende mairies – ook in de omgeving – al eens wandelingen verzameld, alleen bleken die voor kinderen te zijn. Maar ach, qu’importe, het waren een soort speurtochten met een verrassing aan het einde als je de raadsels goed had opgelost (dat ging me dan weer een beetje te ver, voor je het weet word je in het Maison de Retraite op de gesloten afdeling weggestopt) . Bovendien bevatten deze beschrijvingen wel allerlei vragen, maar de route is dermate vaag dat je binnen de kortste keren zou verdwalen, was althans mijn stellige overtuiging.  

Marcheurs

☑︎ geschikt

☐ ongeschikt

Ervaringsdeskundigen
Maar, zoals gezegd behoort bovengenoemd dierbaar stukje familie tot de orde der ervaren marcheurs en zo gingen we gedrieën dan ook vol goede moed op pad. Het leek me handig om voor de gelegenheid mijn klusschoenen – sneakers – aan te trekken en een fles water in te laden, twee eigenlijk, want ik wil nooit zonder water op stap. Toen evenwel nichtlief en man de kamer binnenstapten verbleekte ik: dit zag er wel heel serieus uit: een wandeloutfit van speciale wandelkleding, dito schoeisel en rugzakken die zelfs een drinktuitje lieten zien, zodat men zonder te stoppen onderweg aan de zak kon lurken. Daar stond ik in m’n dagelijkse kloffie met afgetrapte gympen. De man in het gezelschap bleek een heer want hij bood onmiddellijk aan om mijn water te dragen – echt tof! Daarna liepen we de weg af naar centre ville, alwaar ik van eerdere verkenningen wist dat er een bord stond met vervaagde tekst over randonnées. Op het bord werd ook nog aangegeven hoe lang de tocht ongeveer zou duren en dat was iets van 2,5 uur, dat leek me  redelijk. Maar daar hield het ook mee op. Ik klaagde dat er geen plattegrond te krijgen was waarop de tocht uitgestippeld stond, maar wederom bleek de ervarenheid van mijn gezelschap. Los uiteraard van hedendaagse apps is het ook voor de digibeet mogelijk een afgerond rondje te lopen rond ons dorp. Simpelweg door op zoek te gaan naar streepjes langs de weg. M. et Mme lieten al snel weten dat we de blauwe streepjes moesten volgen en voordat ik het wist Waren We Op Weg, een heuse, èchte wandeling op of omstreeks het dorp. Bij iedere bocht of carrefour wist een van de twee experts in een oogwenk hoe we de weg moesten vervolgen en, nadat ik enkele malen voor schut was gegaan door de blauwe stukjes plastic op de elektriciteitspalen aan te zien voor een routeaanduiding, leerde ook ik te letten op deze wegaanduidingen. Het werd een prachtige wandeling door glooiend landschap, langs – vooral – karrensporen waar we hooguit af en toe een tractor tegenkwamen en minimale stukjes Route Nationale – gelukkig, want die beschikken niet over een wandel- of fietspad naast de weg waar menig Fransman met doodsverachting overheen jaagt. De firma Verkohld (zie GIF 20) genereert ook hier ruim inkomen, gezien de vele met bloemen versierde herdenkingskruizen langs deze wegen.

ZoReKo’s

Eerste klim
Na de eerste stevige klim, langs een zeer mysterieus uitziend, gigantisch pand – wel of niet bewoond? Moeilijk te zien – kwamen we langs een meertje waar enige werkende lieden ons aanstaarden. Mensen wandelen hier niet snel vrijwillig zonder doel. Daarna ging de weg vrij steil  naar boven waarbij we langs vredige ZoReKo’s (zie GIF 23) kwamen. Ik kon het niet nalaten de zoveelste foto te maken waarna we doorliepen tot bovenop de heuvel. Hier leek de weg via het heropvoedingsgesticht weer snel richting het dorp te lopen waarop ik constateerde dat de wandeling reuze meeviel, qua afstand. Echter, de wandeltoppers wezen onverbiddelijk een andere richting op, die van de blauwe streep. Ik vond het eigenlijk wel best, want het was heerlijk weer en ik was nog steeds zeer happy met de beweging. We betraden ongebaande paden, de benen driftig door het hoge gras bewegend en hopend dat er geen teken zouden blijven hangen. Af en toe stopten we voor een slokje water of om het uitzicht of een stroompje te bewonderen (en stiekem uit te hijgen – ik in ieder geval) waarna we weer voort ploegden, net als die boer van weleer¹. Na toch wel een aardig tochtje kruisten we de sluipweg naar onze kroeg. Niet wetend hoe lang de rit nog zou duren sprak ik aarzelend, dat ik hier dan toch misschien maar terug zou  lopen naar ons huis. Meer dan 2 km per dag ben ik niet gewend af te leggen, vandaar. Tegelijkertijd was dit niet erg aantrekkelijk – zoals gezegd razen ze hier met zeer hoge snelheden door de bochten en ik vond het nog te vroeg voor mijn eigen kruis. Vieslap.

Stroompje

‘Nee, ik loop verder met jullie’ sprak ik dan ook met meer overtuiging dan mijn benen wilden toegeven en we volgden het zoveelste karrenspoor. Uiteindelijk zouden we ruim tien km afleggen, waarbij we maar één keer een streepje misten waardoor we na het heen en weer gekregen te hebben alsnog op het rechte pad terecht kwamen. Het allerlaatste stukje was asfaltweg waar ik – eindelijk weer bij ons dorp aangekomen – geknakt hangend aan de paal nog even mocht uithijgen. De beloning wachtte ons thuis: niet alleen de voldoening van hetgeen volbracht was, maar ook onze favoriete tartes die ons met glanzende fruitogen aanstaarden: mange-nous!
We spraken af bij een volgende gelegenheid een van de andere (kinder)routes te gaan volgen, die ik dan eerst verder zou vertalen, zodat we als echte kleuters toch de puzzels konden oplossen met als beloning natuurlijk die onweerstaanbare, vermaledijde taartjes. 

Natuur vanachter het stuur

Ongebaande wegen
Zoals gezegd gaan de wandelingen met Jean dus niet met de benenwagen, maar per voiture. Nu ben ik niet van het doelloos rondrijden en dus probeer ik per keer toch een soort bestemming te vinden, hoe bescheiden ook. Daartoe raadpleeg ik sites of speur ik mijn favoriete topografische plattegrond af naar bijzondere objecten. Zo ontdekten we al eens een poepig kapelletje bovenop een heuvel, een houtenbeeldentuin, of gewoon prachtige vergezichten. Vanwege diezelfde topografische kaart die ieder pad – auto, fiets, ruiter, tractor, voet – aangeeft heb ik Jean nog wel eens op onmogelijke weggetjes laten rijden. Een keer ontaardde dat in een karrenpad, wat duidelijk voor tractors bedoeld was. Je ziet dat vooral aan de hoge middenberm. Die tractor trekt daar  – zoals Jean zou zeggen – met opgetrokken poten doorheen, een personenauto voelt het gekietel van de grashalmen. ‘Nee, we kunnen hier echt doorheen, aan het einde komen we dan weer op een D-weg.’
We hebben een vaste taakverdeling. In tegenstelling tot veel (on)echtparen kan ik heel goed kaart lezen en kan Jean heel goed rijden. Dat laatste kan ik ook echt prima, maar Jean kan geen kaartlezen. Echt niet. Voor geen meter. Nog geen meter. En dus hebben we op onze tochtjes door het onbekende land de vaste taakverdeling van Jean (stuur) et moi (kaart). Wat dus ook betekent dat er geen discussie is over de route. En waar Jean zonder ook maar een enkel morretje gehoor aan geeft. 

Karrenspoor

Die bewuste keer waren we op het zandweggetje al zeker 2 km op streek toen ineens midden op dat karrenspoor een niet te missen obstakel stond. Een obstakel waar M. le Tractorchauffeur lachend overheen kon – vanwege die hoge poten immers – en waar wij op bumperhoogte tegenaan dreigden te rijden. Ahum. Jean vertrok geen spier – het is zó’n kranige man! – en begon met het bovenlijf in de zo stereotiepe ‘achteruitrijhouding’ aan de terugtocht, 2 km lang. Het deed me denken aan dat krantenartikel van decennia geleden waarin stond dat een Turkse man in z’n Ford Taunus in z’n achteruit van Nederland naar Turkije was gereden, om de simpele reden dat de auto alleen nog maar achteruit kòn. Dan is tweeduizend meter niets, toch?
Hoe dan ook heeft het nu toch geleid tot enige aarzeling bij het betreden van ongebaande wegen. Als ik Jean nu weer eens een richting op wil sturen waarbij het begrip ‘weg’ twijfelachtig is, bijvoorbeeld omdat er geen enkele wegaanduiding is – nou, wèl dus, immers: de aanduiding is dan toch weg? Waarom heet het anders weg-aanduiding? 🙄 – roept hij semi-angstig, semi-ernstig, semi-datwijfisgek uit: ‘Oh, is het weer een WZN?’ Weg Zonder Naam. Waarna hij zonder mankeren de kin fier vooruitsteekt en gas geeft. Dàt is nou mijn Jean! Mon héros!

¹En de boer hij ploegde voort. Ballade van den boer.  J.W.F. Werumeus Buning (1935)

 

 

 

 

 

 

 

Franse les:
Chateaux: kastelen
Mairie: stadhuis
Qu’importe wat geeft het
Maison de Retraire: bejaardenhuis
Marcheurs: wandelaars
Centre ville: centrum
Randonnées: trektochten
Carrefour: kruispunt
Tartes: taartjes
Mange nous: eet ons op
Voiture: auto
Et moi: en ik
Mon héros: mijn held
Celui qui marche doucement va loin. Wie langzaam loopt komt ver.