GIF 18: Fête des voisins

GIF 18. Fête des voisins 

Op een dag werd er op de deur geklopt – dachten we, of eigenlijk niet – wie zou hier nou langs komen? – waarna, toen we dus niet open deden, er gebeld werd. ‘Doe jij even open?’ sprak ik gewoontegetrouw tegen Jean. In Nederland zeg ik dat standaard als er ’s avonds gebeld wordt. Overdag bij voorkeur ook. Meestal zijn het bedelaars: ‘goededoelenjagers’, nepverkopers, studenten die toch iets moeten doen om wat extra geld te verdienen of Jehova’s. Jean is er een meester in om ze binnen luttele seconden weg te krijgen. Toch leuker dan zo’n afwijzend briefje op de deur (Nee, NEE, N E E) wat de aanbellers toch weer vijf minuten leestijd kost van hun kostbare verkoopuurtjes.
Jean zat kennelijk geheel in de NL-modus want hij stond zonder morren op en begaf zich naar de deur. Toen al snel bleek dat het niet een van de weinige – en dan ook nog Nederlands sprekende – bekenden van ons was hield ik me muisstil. Benieuwd hoe Jean zich hieruit ging redden. Nou, dat was natuurlijk simple comme bonjour want hij riep gewoon naar binnen: ‘Eh, Maai, kun je even komen?’ Tja, qu’est-ce-qu’on peut faire? 

Keffertje
Op de stoep stond een dunne man met op zijn arm het keffertje dat ik van mijn wandelingen herkende; in zijn hand enkele papieren. Het eerste dat door me heen schoot was: controle! De septictank? Het nog altijd niet verwijderde asbest? Ik deed mijn best mijn gezicht in een strakke plooi te houden, wat aardig lukte volgens mij. Maar nee, M. kwam iets vragen en riep iets over voisins – buren, wist ik. Zou de kaakloze (zie GIF 2) onwel geworden zijn? Was dit de eerste collectant met wie we in dit dorp geconfronteerd werden? Ik vroeg hem of ik het papier mocht zien – nadat ik een blik op het minuscule keffertje had geworpen en iets mompelde van: ‘Je connais ce chien, il fait toujours wraawraawraa’ – want ik wist even niet wat blaffen in het Frans was, waarna hij verdedigend sprak dat het diertje pas méchant was, en mij vervolgens de papieren overhandigde. Nu werd alles snel duidelijk. Er werd een buurtfeest georganiseerd en M. ging bij alle aanpalende buren langs om te vragen of ze wilden deelnemen. Toen ik dit eenmaal wist verstond ik de rest ook veel beter. Zo vertelde hij dat ze nooit wisten wanneer wij er waren, want de ene keer stond onze voiture er wel en de andere keer niet. Ik vertelde hem dat we hier inderdaad niet het hele jaar woonden. ‘Pas encore’ voegde ik er veelbetekenend aan toe.

Hoe dan ook voelden wij ons zeer vereerd en, zo voegde hij eraan toe, we mochten er even over nadenken, als we het papier maar de volgende dag ingevuld zouden inleveren. Op de cornfimation moest je niet alleen schrijven met hoeveel personnes je zou komen, maar ook wat de namen waren; even overwoog ik mezelf ‘Marie’ te noemen, wat uiteraard veel simpeler zou zijn voor alle buren dan mijn oer-Nederlandse naam, maar ik deed het toch maar niet. Ook moest je aangeven wat je mee zou nemen: iets zoets te eten, iets zouts of boissons. Antwoord B, riepen we meteen naar elkaar. Toen we later op een wandelingetje onze makelaar tegenkwamen en vertelden van de festiviteiten en dat we iets mee moesten nemen sprak zij onmiddellijk: ‘En jullie kozen voor de boissons uiteraard….!’ Hmm, onze reputatie is dus wel degelijk bekend in het dorp. 

Poule noir
De volgende dag belde ik aan bij de voisin van de voisin – want die was het – maar niemand deed open. Zelfs het keffertje liet niet van zich horen. Waarschijnlijk was iedereen gevlucht want het was de dag van de coupure d’eau (zie GIF 17). Ik besloot dus maar onze aanmelding in de boîte aux lettres te deponeren en er het beste van te hopen.
Wel hadden we al bedacht om een fles rosé én de fles Advocaat mee te nemen. We verkneukelden ons reeds hoe we uit zouden leggen dat dit Nederlandse drankje vooral bekend is onder de naam Zwarte Kip – ‘poule noir’ riep Jean bekwaam. Sterker nog, toen we op een van onze tochtjes naar de Bricot onderweg ineens een groepje zwarte kippen zagen lopen dwong ik Jean op de rem te trappen, verderop in de straat in het dorpje-met-het-schattige-kerkje te keren en terug te rijden naar de kippen. ‘Die heb ik nodig voor mijn verhaal.’ De foto’s dan, hè? Het ging me te ver een echte zwarte kip in te laden.
Jean was niets te beroerd om aan het verzoek te voldoen maar toen we wederom langs het zijstraatje kwamen was er geen kip te bekennen. ‘Pas de poules’ riep ik leurtegesteld.
Hééééé, dacht ik ineens, waar heb ik dat vaker gehoord? Pas-de-poules…. Ah natuurlijk, in Groningen! Nú weet ik eindelijk waar de naam van de wijk Paddepoel vandaan komt! Geen kip te bekennen daar….
Terug naar de actualiteit. Niet voor een kleintje vervaard parkeerde Jean bekwaam la voiture – hij had in de bosjes enige zwarte gedaantes waargenomen – en ik stapte uit om het volkje op de foto te zetten. Helaas werd dit geen kip-ik-heb-je, want M. le Coq vluchtte rap met zijn hennetjes tussen de struiken en ik zag alleen snel verdwijnende kippenkontjes. Shit. Totdat bleek dat de heg zijgaten vertoonde en ik van overdwars toch nog snel enkele kiekjes kon maken van haan en hen. 

Het enige dat ons nu nog te doen stond in de voorbereidingen was het kopen van kleine wegwerpglaasjes, wegwerplepeltjes en chantilly zodat de advocaat aan meerdere personen en mensen geserveerd kon worden, rijk gelardeerd met slagroom. Zoals het hoort. Daartoe mocht ik eerst naar de Action – papieren bordjes en bamboe bestek – en daarna naar de GIFI waar ik gelukkig  amuse-glaasjes en lepeltjes scoorde. Vanwege de snel afkoelende septemberavonden kochten we beiden bij de Cheap & Awful ook nog een vest en waren we er wat je noemt ‘helemaal klaar voor.’ Ik moest denken aan de jaarlijkse bezoekjes die ik al decennialang pleeg af te leggen met hartsvriendin An aan de jaarmarkt op 5 mei te Oegstgeest met het eveneens vele jaren lange (maar nu niet meer) optreden van: De Rijnsons. Het feest kan beginnen! 

We gingen het meemaken. In Frankrijk dan (wordt vervolgd)

 

 

 

 

 

 

 

Franse les:
Fête des voisins: buurtfeest
Simple comme bonjour: kind kan de was doen (vrij vertaald)
Qu’est-ce-qu’on peut faire?: wat kun je doen?
Voisins: buren
Je connais ce chien, il fait toujours wraawraawraa: ik ken deze hond, hij doet aldoor wraawraawraa
Pas méchant: niet vals
Voiture: auto
Pas encore: nog niet
Confirmation: bevestiging
Personnes: mensen
Boissons: drankjes
Boîte aux lettres: brievenbus
Poulet noir: zwarte kip
Pas de poulets: geen kippen
M. le Coq: meneer de Haan
Chantilly: slagroom
La poule du voisin nous paraît une oie. De kip van de buren lijkt ons een gans. Ofwel: het gras bij de buren is altijd groener.
Proverbe: spreekwoord