GIF 7: Lam(bris)

Leven als Godelieve in Frankrijk
Na tien jaar zoeken eindelijk ons droomhuis gevonden in de Auvergne, Frankrijk. Lees hier de belevenissen van (leven als) Godelieve in Frankrijk.

7. Lam(bris)

Radiatorreparatie

Net toen we een beetje aan de kou gewend waren – mede doordat we onszelf voorhielden dat het heel goed was om af en toe ‘terug-naar-af’ te gaan, zodat je dat verwende luxeleventje weer meer zou gaan waarderen – kwam Pp langs om weer wat warmte in ons bestaan te brengen.
Op een enigszins qui s’excuse, s’accuse-toontje sprak Jean licht bedremmeld dat het niet gelukt was de knop van de radiator los te draaien. ‘We waren bang dat we hem kapot zouden draaien als we nog meer kracht zetten.’ Pp ging door de knieën – letterlijk – en draaide zonder enig mankeren de knop los. Eh…… Hadden we hier te maken met een broer van Jerommeke, of…?
Helaas, heren, het was ‘of’. Als je de knop losdraait, kàn het handig zijn om hem de goede kant op te draaien en daarmee los, in plaats van vast..… hetgeen Pp in één keer goed deed. Nu wil ik de mannen wel het voordeel van de twijfel geven daar in Frankrijk rechts nog wel eens links blijkt te zijn en omgekeerd. Als we onze voordeur hier op slot draaien moet dat namelijk rechtsom, waar we dat in Nederland linksom zouden doen. Of was het nou andersom?

Naar de knoppen
Aan de andere kant, eerder waren we hier al eens een ander ‘technisch’ vraagstuk tegengekomen met betrekking tot de cv-ketel, die maar niet warm wilde worden, ondanks het gedraai aan knopjes door enkele mannen – ik noem geen namen. Lag het aan de ‘graadmeter’? Moesten de hendels nou juist omhoog/omlaag staan of overdwars? Zat er ergens een kraantje los? Of een draadje? Steekje? Zóveel knopjes zaten er nu ook weer niet op het rode gevaar dat ook wel ‘ketel’ heet, maar de mannen kwamen er niet uit.
Niet gehinderd door enige kennis, maar ooit ‘verkocht’ als bridgepartner met de aanbeveling: ‘Kaarten kan ze niet, maar wel logisch nadenken’ liet ik mijn blik eens over de weinige knoppen en metertjes dwalen en besloot iets verder te kijken dan – in dit geval – mijn op ooghoogte kijkende neus lang was. Op kuithoogte zag ik een vierkant kastje als een soort voorhoede van de grote rode ketel en bij het soepel door de knieën gaan (alweer letterlijk), ontwaarde ik een simpele drukschakelaar. ‘Is dit misschien iets?’ mompelde ik half, waarna ik op het knopje drukte en een gemoedelijk gebrom opsteeg uit het apparaat. ‘Voila!’
De blik in des heren ogen was onbetaalbaar en mijn dag kon niet meer stuk.
Terug naar de radiator waar Pp de boel los- en ook weer vastgezet had. Na het nodige testwerk bleek alles het te doen en konden we ons verheugen in heerlijk warme radiatoren. Niets lekkerder dan met je derrière tegen een opwarmende kachel te staan.

Jean: ‘Afgezaagd…’

Noeste arbeid
Het voordeel van de kou was dat de motivatie om flink te klussen groot was, ongeveer omgekeerd evenredig aan de temperatuur. Dat betekende ook vele  ritjes naar Montluçon waar M. Bricot immers woont. Zoals gezegd hadden we hier lambris gekocht en per bezoek kochten we er weer planken bij, daar er vele plafonds te beschieten waren.
Klusman Nico kwam ook nog langs om te kijken of we zijn hulp konden gebruiken en hij zag dat we al mooi vorderden met het timmerwerk. Zoals eerder gezegd is hij een enorme aanpakker en zijn handen jeukten overduidelijk bij het zien van het plafond in wording. Terwijl hij nog aanbood om te helpen, stond hij al op de ladder om de planken erin te klikken. Zijn spanwijdte was beslist veel groter dan de mijne en bovendien had hij duidelijk veel expérience de lambris, want waar ik nog wel eens moest duwen en wrikken om de boel op z’n plek te krijgen, pakte hij de plank rechts en links breed beet om ze in een keer – KLIK – naadloos vast te zetten. Het laatste kwart van dit plafond zat er dan ook razendsnel in.
Desondanks vonden we – vooral vanwege ons strakke budget – dat we de andere plafonds toch zelf moesten doen en dan maar iets langzamer. Dankzij het vele oefenen ging het wel steeds sneller en waren korte instructies over en weer genoeg:

  • ‘Graag een hele.’ 
  • ‘Waar is het potlood?’ 
  • ‘Eh…. zo moet hij er straks tegenaan zitten, dus dan nu de molenwiek.’ 
  • ‘Waar is het potlood?’ 
  • ‘Ik heb een neus nodig.’ 
  • ‘Waar is het potlood?’ 
  • ‘Nee, ik vergat de neus, nog een klein stukje eraf graag.’ 
  • ‘Waar is het potlood?’ 
  • ‘Heb je de hamer voor me?’ 
  • ‘Die hangt aan de ladder.’ 
  • ‘Oh ja – waar is het potlood? Oh nee, dat is jouw tekst…’  

Het potlood ligt sindsdien op een vaste plek in de materiaalkast, bij de tournevis en de marteau. Toch, Jean?
Overigens is Nico wel onsterfelijk in ons bestaan geworden, want bij iedere lambrisplank die zich in een keer moeiteloos laat vastklikken, roepen we enthousiast: ‘Hé, een Nicootje!’

Moeder en dochter

Lam (1)
Inmiddels was het half april geworden en kregen we een blij bericht dat er een lammetje was geboren in de kudde van Daan en Jacq. Het zou m’n tweede adoptieschaap worden in Frankrijk. Vrienden die ik hierover vertelde spraken smalend dat ik gewoon een schaap sponsorde, want ‘wat had ik daar nou aan? Ik betaalde toch gewoon voor het eten?’ Maar die begrijpen er helemaal niets van. Ik ben nu eenmaal dol op schapen en voor mij is het genoeg om een keurig ‘certificaat van echtheid’ te ontvangen en af en toe een fotootje van moeder en kind, die het goed maken. Een soort Foster parents, ja, inderdaad. Geen kindertekening met kerst, dat dan weer niet. En voordat iemand nu vooroordelend denkt: zeker plaatsvervangers voor kids, nee, helemaal niet, want die heb ik gewoon óók.
Gelukkig brachten de eerste echte logées – met Pasen – roze en witte muisjes mee – o.k. voor hun dochter – maar toen ze weer weg waren, heb ik toch feestelijk stokbrood met muisjes gegeten om de geboorte van mijn lammetje te vieren.

Tapijt zonder spijt
Ik zei het al, de eerste echte logées kwamen met Pasen. Jean’s jongste dochter met man en kind. We hadden hen al voorbereid op hun verblijf met de mededeling dat het een soort kamperen zou worden, daar we nog volop in de klusmodus zaten, maar dat maakte hen – geroutineerde kampeerders als ze zijn, of, zoals Jean dat pleegt te noemen ‘crepeerders’ – niets uit.
Le beau fils was op voorhand al zonder enige reserve zeer enthousiast, Frankrijkliefhebber als hij is en dan vooral voor wat betreft het onderdeel ‘bourgondisch leven’ – iets waarvan hij zegt dat dat ook heel goed in de Auvergne plaats kan vinden.
We hadden hen al verteld dat hun slaapkamer weliswaar een nieuw bed had (om 01.00 uur de nacht voor aankomst eindelijk vloekend in elkaar gezet na een klein stukje verkeerd gelezen te hebben in de Ik-e.a. handleiding, grrrrr), maar nog geen vloerbedekking, daar we het niet meer zo frisse tapijt al wel verwijderd hadden, maar het vinyl nog niet op der Tatort gearriveerd was. Om de boel toch een beetje aan te kleden, hadden we grote stukken karton op het beton gelegd, maar Jean’s beau-fils had voor alle zekerheid toch ook maar een hele stapel tapijttegels ingeladen. Dat voelde toch een beetje als de traditionele zak aardappelen die Nederlanders plegen mee te nemen op vakantie, al is de categorie ‘bring your own carpet’ toch wel weer van een andere orde. Nu is een stapel tapijttegels als je nog een heel huis in moet richten nooit weg en ze liggen daarom sinds die tijd lekker warm in het stookhok te wachten op een bestemming.

Bourgondische glazen. Hé, wat doet dat potlood daar?

Lam (2)
Dankzij de moderne tijd konden we via een of andere vooraf toegezonden app precies zien waar onze gasten zich bevonden op de route en was de ETA¹ dan ook zeer voorspelbaar. Vier enthousiastelingen – drie op twee benen en een op vier poten – stormden op de geplande aankomsttijd het bordesje op en na een snelle rondleiding was het tijd voor een goed gevuld glas. En nog een. En nog een. En ng un. ‘Heeft iemand honger?’ Ennggn.…
De meegebrachte roze bubbels leverden tevens roze brillen op en de avond passeerde op passend bourgondisch niveau. Op het hoogtepunt klonken niet alleen de glazen, maar ook enkele op liederlijke toon gezongen stichtelijke liederen.
Goed dat we bourgondische glazen in huis hebben, dacht ik bij mezelf toen ik nog kristalhelder kon denken.
Goed dat we over een wijnkelder beschikken met achtergelaten wijnrekken, dacht ik bij mezelf toen de geest nog in staat was tot gedachten.
En: heel goed dat we gerekend hebben op een bourgondische hoeveelheid wijninname, dacht ik pas de volgende ochtend toen de geest weer uit de fles kwam.
Hoe dan ook: we sliepen allemaal als rozen die nacht, zelfs de jongste duif die toch echt alleen maar water gedronken had en als opgroeiende die-hard op de betonnen vloer sliep – op een luchtbed, dat dan wel.  

¹In deze tijd neem ik geen enkel risico; in dit geval staat ETA voor: Estimated Time of Arrival

Franse les:
qui s’excuse, s’accuse: wie zichzelf verontschuldigt, beschuldigt zichzelf
voila: tadaaa
derrière: achterwerk
lambris: licht soort laminaat
expérience de lambris; ervaren lambris-legger
tournevis: schroevedraaier
marteau: hamer
beau fils: schoonzoon
Il y a plus de philosophie dans une bouteille de vin que dans tous les livres: Er zit meer filosofie in een fles wijn dan in welk boek dan ook.