Mijn mondkapjesprimeur beleefde ik in Frankrijk. In Nederland hadden we vooral gecocooned gedurende de crisis en toen we dan uiteindelijk het terras weer op gingen was de afstand voldoende om geen MK te hoeven dragen. Nog los van het feit dat ik niet van gefilterde wijn hou…

Toen de nabije grenzen weer open gingen keken we met typisch Nederlandse terughoudendheid eerst maar eens hoe deze bevrijding zich ontwikkelde. Twee weken later durfden we het aan naar ons huis in de Auvergne te gaan, nadat we op 16 maart onze Maaison overhaast hadden verlaten; een dag later ging Frankrijk op slot.
Zodra we in de auto zaten kwam het ouderwetse, vertrouwde vakantiegevoel al snel naar boven. Voor het eerst geen ererondje – aangezien we normaal gesproken altijd wel iets vergeten en we voordat we de hoek om zijn alweer terug moeten keren – maar plankgas naar het warme zuiden. Parijs was druk als voorheen, maar verder reden we over steeds rustiger wordende autoroutes soepel en voor ons doen snel naar onze bestemming.

Bang dat ons huis ingenomen zou zijn door allerlei ongedierte hadden we lafhartig een chambre met table d’hôte bij ons oude vertrouwde logeeradres op 20 autominuten afstand gereserveerd; het was meteen een goede gelegenheid om even bij te praten en te horen wat de laatste regels t.a.v. Covid-19 (zoals corona in Frankrijk wordt aangeduid) waren. Nou met die regels viel het heel erg mee; veel Fransen (in ieder geval in deze streek) lijken zich niet druk te maken, houden zich vaak niet aan de (Franse) een-meter-afstandregel en strijken als vanouds neer op het terras van de plaatselijke Bar/Tabac. Alleen in grotere plaatsen en drukkere winkels zie je meer mondkapjes rondlopen – sommige zien eruit als haute-couture – maar lokaal zou je je bijna afvragen of het bestaan van het virus hier überhaupt wel doorgedrongen is. Hoe dan ook, wij lieten ons vrij makkelijk meeslepen in deze qu’importe houding en konden niet wachten om op ons vaste terras in het dorp verderop neer te strijken en daar een grande Paulaner en een vin rosé te bestellen. We werden hartelijk begroet door aubergiste Pascal die belangstellend vroeg of het ‘duur’ geweest was in Nederland (het ‘duur’de even voordat mijn kwartje viel en ik reageerde) en hij op onze vraag meldde dat de bar weliswaar dicht gemoeten had, maar dat de Tabac inclusief het gokdeel (5 chevaux dans l’ordre et le tirelire est à vous!) open had mogen blijven. Het is duidelijk wat de eerste levensbehoefte in Frankrijk is.

Ons huis lag er overigens warmpjes en uitnodigend bij en er was – behoudens de reguliere bewoners, t.w. vele hooiwagens en onze illegale onderhuurders – een levendig bijennest  en enkele wespennestjes in aanbouw – weinig narigheid te ontdekken, sterker nog, het voelde zo heel anders dan die eerste keer na het winterreces, toen we een vrij kil, zeer onbewoond aanvoelend huis binnenstapten. Anderhalf jaar verder zien we nu pas hoeveel we al gedaan hebben om het leefbaar te maken en er sfeer en warmte in te brengen, waardoor we binnen een paar uur weer helemaal thuis waren. En niet alleen in het huis, ook in het dorp. Vrijwel elke ochtend wandel ik naar de bakker – 3167 stappen heen en terug – waar de klanten inmiddels op straat staan te wachten vanwege de boodschap op het raam dat er maximaal 2 personnes tegelijk binnen mogen zijn. De bakkeres met mondkapje – verplicht, zij wel! – de klanten soms wel, soms niet. Maar met of zonder kapje: iedereen neemt net als altijd de tijd om even een praatje te maken met de boulangère waardoor de wachttijd gemakkelijk oploopt tot 15 minuten, ook voor ‘als geduld niet je sterkste kant is’ import-Auvergnats. Onthaasten is helemaal niet moeilijk. Ga gewoon in een Frans dorp wonen.

Maaijveld 12 juli 2020

Last Modified: juli 13, 2020